Groen bezorgd over kost en risico’s kunstgrasveld Drogenbrood
15 Oktober 2025
Men kiest voor nieuw prestige boven het onderhoud en de toekomst van de bestaande infrastructuur.
Het stond in de sterren geschreven: Beernem zal zwaar investeren in een kunstgrasveld voor voetbalclub VVC Beernem. De totale kostprijs wordt geraamd op 550.000 euro, waarbij een Vlaamse subsidie tot maximaal 110.000 euro mogelijk is. De aanleg moet in 2027 klaar zijn. Daarmee wordt N-VA beloond voor haar lobbywerk in dienst van de club. VVC is een groeiende en bloeiende club met veel jeugdspelers en drong al lang aan op een oplossing om ook in de winter op een speelbaar veld te kunnen trainen. Ook wij vinden sport heel belangrijk, en ons hart ligt ook bij het voetbal, maar we hebben toch een aantal bezorgdheden.
“Is het wel gezond dat Beernem zoveel geld uittrekt ten gunste van 1 sportclub?” vraagt gemeenteraadslid Jan Vanassche zich af. Want, naast het aanzienlijke bedrag voor de aanleg, zijn er nog de jaarlijkse onderhoudskosten (geschat op minstens 15.000 euro). En in de voorbije bestuursperiode investeerde Beernem al substantieel in de verbetering en het onderhoud van de bestaande natuurgrasvelden. In 2020 bv. voorzag de gemeente een beregeningsinstallatie van 50.000 euro. “Zo’n grote investering in één sportinfrastructuur, zorgt ervoor dat andere, dringende zaken op de lange baan geschoven worden, zoals bv. de renovatie van sporthal Den Akker. Onbegrijpelijk, eigenlijk.”
Kunstgras: dure keuze met korte levensduur
Kunstgras heeft ook een beperkte levensduur van 10 tot 15 jaar. Daarna moet er een nieuw veld komen. “Zo legt de gemeente zichzelf voor lange tijd financiële verplichtingen op voor één specifieke sportinfrastructuur”, zegt Jan. Groen bleef daarom in de voorbije bestuursperiode vasthouden aan natuurgrasvelden, die veel goedkoper zijn in aanleg en onderhoud.
Profvoetbal keert kunstgras de rug toe omwille van blessurerisico’s
Bovendien stapt het betaald (professioneel) voetbal in ons land af van kunstgras. De meeste clubs in de hoogste Belgische voetbalcompetitie spelen op natuurgrasvelden. In de Pro League is STVV zowat de laatste Belgische profclub met kunstgras; spelers en trainers verkiezen massaal natuurgras omwille van comfort en blessurepreventie.
En dat brengt ons bij de hogere risico’s op blessures: kunstgrasvelden zijn over het algemeen harder dan natuurgras, wat kan leiden tot meer blessures, vooral aan knieën en enkels. Slidings kunnen schaafwonden veroorzaken. De wetenschappelijke consensus luidt dat er meer ligamentaire letsels zonder contact voorkomen op een kunstgrasveld.
Kunstgras slecht voor milieu én gezondheid
“En dan hebben we nog niet gehad over de microplastics die vrijkomen en nefast zijn voor het milieu en de gezondheid van de jonge spelers”, voegt Jan eraan toe. Ook over de mogelijkheden van recyclage van versleten kunstgras heerst er nog veel onduidelijkheid.
Ten slotte roept de gemeente in haar meerjarenplan de Beernemnaars op om te ontharden (via de actie Tegelwippen) en engageert ze zich op haar beurt om openbaar domein te ontharden, maar ze geeft meteen het slecht voorbeeld, want met de aanleg van een kunstgrasveld verhardt ze zowat 7500 m2 in één keer. Zo doet ze haar beperkte onthardingsinitiatieven (1400 m2 in de voorbije legislatuur) meteen teniet. Hoe geloofwaardig is dit?