Sommige avonden gaat het over de antwoorden die je krijgt. Andere over de antwoorden die je net niet krijgt. Deze gemeenteraad had van beide wat.
De Vlaamse besparingen? Die worden opgevangen, het meerjarenplan gaat open. De lijst met bouwgrond voor sociale woningen? Gewoon een inventaris, “waar het kan, niet waar het moet”. Het water in de Serrestraat? Dat advies komt nog. De fietsstraten? Die gaan eerst naar de verkeerscommissie.
Alles kan herbekeken worden. Behalve dat ene dossier… het kunstgrasveld.
Voor wie nieuw is: de Groen-fractie in de gemeenteraad van Beernem, dat ben ik , Nele Deslyper. Dat maakt de stemmingen overzichtelijk: als er één neen klinkt, weet u van wie. Gelukkig denkt er achter de schermen een hele fractie mee. In deze rubriek lees je wat er gezegd werd, en vooral wat er tussen de regels gebeurde.
Inhoud
- Kunstgrasveld - Plastic met een vervaldatum
- Sociale woningen en een park op de lijst
- Serrestraat: “Dat advies is er niet. Nog niet.”
- Baangrachten: “Jammer van de vertraging”
- Zendmast in Sint-Joris: meten is niet altijd weten
- Fietsstraten: eerst onderzoeken, dan beslissen
- Eerst een veilig fietspad, dan een oordeel
- Vlaamse besparingen: wie snoeit, kiest
⚽ Plastic met een vervaldatum
Het kunstgrasveld stond als eerste op de agenda, want de bevoegde schepen moest daarna naar het erfgoedforum. Erfgoed kreeg voorrang op plastic. Als Groen-politica kon ik daar moeilijk tegen zijn.
De gemeenteraad moest het bestek opnieuw goedkeuren. Het vorige bestek, uit april, rekende op een raamovereenkomst van Sport Vlaanderen die al afliep vóór de offertes binnen waren. Resultaat: het veld komt zes maanden later. Wanneer precies, wist niemand. N-VA, dat het veld graag ziet komen, was daar niet blij mee.
Ik legde het dossier langs de meetlat van de goede huisvader. Of, in dit geval, de goede huisvader die bijna een half miljoen euro uitgeeft terwijl de gemeente tegelijk besparingen moet verwerken.
440.000 euro eigen middelen. Bijna 28 euro per inwoner. Dat is geen kleingeld. Zeker niet in de week waarin de burgemeester in de krant vertelde dat Beernem door de Vlaamse besparingen twee miljoen euro misloopt.
Ik had toch enkele bedenkingen.
Via Tegelwippen vraagt de gemeente inwoners om kunstgras uit hun tuin te verwijderen. Zelf legt ze bijna 8.000 m² aan open bodem onder een plastic grasmat. Met het duiveltjesveld erbij loopt dat op tot meer dan 9.000 m².
De gemeente onthardt ongeveer 500 m² per jaar. Met één beslissing maken we dus zestien tot achttien jaar onthardingswerk ongedaan.
Dat is efficiënt. Alleen niet helemaal in de richting die je zou verwachten. En hoeveel budget wordt er eigenlijk uitgetrokken om die onthardingsdoelen te halen?
Ook de cijfers deden me de wenkbrauwen fronsen. De eigen financiële dienst vergelijkt het project met Jabbeke, waar de kostprijs op 515.000 euro exclusief btw wordt geraamd. Inclusief btw is dat ongeveer 623.000 euro. Beernem raamt het project op 550.000 euro inclusief btw.
Ofwel komt er nog een meerkost, ofwel gaat de vergelijking niet helemaal op. Ik vroeg om uitleg. Die kwam er niet.
En de rekening stopt niet bij de aanleg. Het bestek rekent op een levensduur van tien jaar. De vervanging is dus voor de volgende legislatuur. Een investering van vandaag, een nieuwe rekening voor morgen. Gelukkig zijn er nog meerjarenplannen.
Bovendien is er op Drogenbrood al eerder geïnvesteerd. In 2020 en 2023 ging bijna 110.000 euro naar beregening, waterputten en een bron voor het natuurgras. De wadi die nu als milieumaatregel wordt voorgesteld, vloeit bovendien voort uit de vergunning van 2023. Ook dat leek me relevant bij de afweging.
Het antwoord was zo kort dat ik even niet wist wat ik ermee moest. Dit was in april al besproken. Het was een keuze van het bestuur. En daarmee leek de kous af.
Over de raming werd met geen woord gerept.
Ik heb dan maar genoteerd wat die keuze betekent voor de inwoners: bijna 28 euro per persoon voor het kunstgrasveld, terwijl Beernem volgend jaar ongeveer 7 euro per inwoner verliest uit het Gemeentefonds.
De cijfers lagen op tafel. De keuze blijkbaar ook. Alleen de uitleg ontbrak nog.
Wat er niet gezegd werd
Om te begrijpen waarom dit dossier zo moeilijk te herbekijken lijkt, moeten we even terug in de tijd.
Op 24 april 2025 vroeg N-VA om acht “prioritaire beleidsdossiers” meteen op te starten. Eén daarvan was “de aanleg van een kunstgrasveld op de site Drogenbrood”. CD&V, Vooruit en Groen stemden tegen: negen tegen veertien.
N-VA zette de uitslag vervolgens in haar huis-aan-huisblad. De boodschap was duidelijk: CD&V en Vooruit stemden het kunstgrasveld weg.
Op 18 september 2025 vroeg N-VA opnieuw om het dossier vooruit te helpen, ditmaal door een subsidieaanvraag bij Sport Vlaanderen in te dienen. Opnieuw stemden CD&V, Vooruit en Groen tegen.
Vier dagen later kopte Het Nieuwsblad: “Kunstgrasveld op Drogenbrood komt er, maar gemeente laat subsidie liggen.”
Twee weken daarna stond het veld in het ontwerp van het meerjarenplan dat aan de adviesraden werd voorgelegd.
In oktober gaf de milieuraad een onderbouwd negatief advies. De totale kost over twintig jaar, inclusief onderhoud en vervanging, werd geraamd op 0,9 tot 1,4 miljoen euro.
In november antwoordde het bestuur dat het dossier nog niet was opgestart en nog “onderzocht zou worden”. Diezelfde maand waarschuwde N-VA in haar huis-aan-huisblad dat Beernem de Vlaamse subsidie dreigde mis te lopen.
Op 18 december stond het veld voor 550.000 euro in het meerjarenplan.
En nu de vraag waarop ik nog altijd geen antwoord heb: wat heeft dat onderzoek opgeleverd?
Ik heb het nooit gezien. Niemand in de gemeenteraad heeft het gezien. In september stond al in de krant dat het veld er kwam, nog voor de milieuraad haar advies had kunnen geven.
Weloverwogen, beloofde CD&V in haar verkiezingsprogramma van 2024.
Sypré beloofde op 11 september in HLN “minstens één kunstgrasveld ergens in Beernem”.
Vooruit zag dat anders. Een dag later noemde de partij een kunstgrasveld in HLN “absoluut geen prioriteit”. Er was geen budget voor, “en we hebben wel wat anders aan ons hoofd”.
Na de verkiezingen stemden CD&V en Vooruit allebei twee keer tegen een N-VA-voorstel om het dossier op te starten. Groen stemde eveneens tegen, maar doet dat vandaag nog altijd.
Uiteindelijk kwam het veld toch in het meerjarenplan. Waarom CD&V en Vooruit van standpunt veranderden, heeft de gemeenteraad nooit helder vernomen.
Het lijkt erop dat de eigen verkiezingsbelofte steeds moeilijker te ontwijken viel. Zeker met een oppositie die er al jaren op hamerde en een subsidiedeadline die dichterbij kwam.
N-VA viert het intussen als een doelpunt. Met Boma-worsten erbij, vermoed ik.
Maar een doelpunt tegen wie? Tegen bijna 8.000 m² open bodem en tegen de onthardingsdoelstellingen van de eigen lokale gemeenschap?
Het is natuurlijk niet eenvoudig om in een dossier waarover al zoveel gezegd en gestemd is, nog eens een stap achteruit te zetten. Zeker niet wanneer er verkiezingsbeloftes op tafel liggen en politieke standpunten intussen hun eigen leven zijn gaan leiden.
Maar net dan zou je verwachten dat er ruimte blijft om opnieuw naar de inhoud te kijken. Naar wat ecologisch en financieel de meest verantwoorde keuze is, los van wie ooit wat beloofde of wie achteraf een doelpunt kan vieren.
Alleen gaat het hier voor ons niet om een prestigeproject dat na de volgende verkiezingen weer in de kast kan. Het gaat om de open ruimte in Beernem, om belastinggeld dat we maar één keer kunnen uitgeven en om de kinderen die straks op dat veld zullen voetballen.
Hun gezondheid en de omgeving waarin ze opgroeien zouden toch zwaarder moeten wegen dan het politieke ego van de partijen die over dat veld beslissen?
Een plan kan je bijsturen. Een verkiezingsbelofte terugdraaien is blijkbaar een ander verhaal. Misschien verklaart dat waarom net dit veld niet meer herbekeken mag worden.
Een plastic grasmat is geen natuurgras
Dat Sport Vlaanderen subsidieert op voorwaarde dat de jeugd voorrang krijgt, is op zich logisch. En dat kurk de plaats inneemt van rubbergranulaat, is een verbetering. Dat heb ik ook erkend.
Toxicoloog Jan Tytgat van KU Leuven wees vorig jaar op de risico’s van rubbergranulaat bij slidings. Schaafwonden kunnen ervoor zorgen dat stoffen via de huid in het lichaam terechtkomen. Kinderen maken vaak slidings en hebben een dunnere huid. Met kurk vermijd je een deel van die problematiek.
Maar de schaafwonden blijven, net als de plastic grasmat zelf. De vezels slijten en kunnen als microplastics in bodem en water terechtkomen. Bij warm weer kan het oppervlak van kunstgras tientallen graden warmer worden dan natuurgras. Dat kan het risico op brandwonden verhogen. Ook voor bepaalde knieblessures zijn in onderzoek hogere risico’s gevonden, al verschillen de resultaten naargelang het type veld en de sport.
Kurk is dus beter dan rubber. Alleen maakt een betere vulling van een plastic veld nog geen natuurgras.
En dan is er de vraag wat we er na tien jaar mee doen.
“Niet alle afval is afval”, schrijft CD&V in haar programma over hergebruik en recyclage. Ook in het bestek duikt dat principe op: de schokdempende onderlaag is bij voorkeur circulair. Maar over de grasmat zelf blijft het opvallend stil. Wat gebeurt er met bijna 8.000 m² kunststof wanneer het veld na tien jaar versleten is? Een kunstgrasveld aanleggen is één ding. Er na afloop ook op een duurzame manier mee omgaan, hoort daar toch bij?
Misschien komt daar nog een onderzoek naar.
Groen stemde als enige tegen.
Niet omdat we tegen voetbal zijn, of omdat er nooit in sportinfrastructuur geïnvesteerd mag worden. Wel omdat een investering van deze omvang meer verdient dan de redenering dat de keuze nu eenmaal gemaakt is.
Een gemeenteraad dient toch ook om keuzes in vraag te stellen, alternatieven te bekijken en bij te sturen wanneer daar redenen voor zijn? Zeker wanneer het gaat om de open ruimte, belastinggeld en de gezondheid van de jonge voetballers voor wie het veld bedoeld is.
🏠 Sociale woningen en een park op de lijst
Vlaanderen verwacht dat Beernem tegen 2042 67 extra sociale woningen realiseert. Terecht, want de wachtlijsten zijn lang.
Plan A is een overeenkomst met Vivendo, die in november naar de gemeenteraad komt. Donderdag ging het over plan B: een verplichte lijst van onbebouwde overheidsgronden die in aanmerking komen voor sociale woningbouw als plan A tekortschiet. Die lijst blijft geldig tot 2042.
Er staan vier percelen op: een verpachte grond van de kerkfabriek, speelplein De Hommels in Sint-Joris, de oude zwembadsite en een stuk van het park van Kleuterweelde. Een open stukje grasland achter in het park met ratelaar, wespenorchissen langs de rand en geboortebossen die in 2008 en 2009 werden aangeplant.
Volgens de Vlaamse regels komen onder meer verpachte gronden en gronden die als collectieve voorzieningen zijn ingericht niet in aanmerking. Dat staat zelfs op de eerste pagina van de gemeentelijke inventaris. Toch staan ze erop.
Het college wist al sinds 5 juni dat die lijst tegen 31 oktober klaar moest zijn. Het had zestien weken. De gemeenteraad kreeg zestien dagen om te beslissen. Zelfs N-VA vond dat het wel erg snel ging.
Op 11 september besliste het college bovendien om een beheersvisie op te maken voor datzelfde park. Een park onderzoeken om het te beschermen en tegelijk een stuk ervan opnemen op een lijst voor mogelijke woningbouw: dat vraagt toch enige uitleg.
Die uitleg? Het is ‘gewoon een inventaris van waar het kan, niet waar het moet’. Of er ooit gebouwd wordt, is volgens het college ‘een politieke keuze’.
Mijn vraag was eenvoudig: als die lijst nergens toe verplicht, haal dat park er dan af. Ik vroeg om dat vóór 31 oktober te doen. Een duidelijk ja of nee kreeg ik niet.
Ik begrijp dat dit een Plan B is. Maar waarom moeten we dat nu al goedkeuren, terwijl het eigenlijke Plan A — de overeenkomst met Vivendo — pas in november op tafel komt? Het college weet waarop het vertrouwt. De gemeenteraad moet voorlopig vertrouwen op een plan dat het nog niet kent.
Een Plan B is nuttig, maar dan liefst een degelijk plan. En als je een inventaris officieel bij Vlaanderen indient, moet die kloppen. De gemeente schrijft zelf dat bepaalde gronden niet thuishoren in de berekening, maar neemt ze toch mee. Zo tellen ze mee in de oppervlakte waarop het aandeel sociale woningbouw wordt berekend.
Wat er niet gezegd werd
Mensen die een sociale woning huren, verdienen een volwaardige woonomgeving. Geen restgrond die toevallig nog ergens overblijft.
De oude zwembadsite ligt ingeklemd tussen het ontmoetingscentrum, de bib en mogelijk ook een jeugdhuis. Of dat de meest geschikte plek is, lijkt me op zijn minst een vraag waard.
Er ligt ook een alternatief op tafel: de site van De Bevertjes in Oedelem, die in 2027 vrijkomt. Daar heeft de gemeente zelf de regie in handen. Ik stelde voor om die plek te bekijken. Een reactie kwam er niet. Soms zegt het uitblijven van een antwoord ook iets.
Later op de avond bleek bij een vraag van een collega dat Vivendo op de plek van de oude parochiezaal een twintigtal sociale woningen plant.
Kijk, zo krijgt Plan A alvast concreet vorm. Alleen moest de gemeenteraad donderdag eerst Plan B goedkeuren, zonder dat we de overeenkomst met Vivendo al hadden gezien. Die komt pas in november.
Groen stemde tegen. Niet tegen sociale woningen, wel tegen een lijst waarop ook een park en een speelplein staan.
En dan de timing. Op 31 oktober opent de gemeente feestelijk speelplein De Hommels. Twee weken nadat de gemeenteraad diezelfde speeltuin op een lijst voor mogelijke woningbouw heeft gezet.
Tijdens de bespreking werd haar antwoord zo opgebouwd dat het haast leek alsof ik de uitleg gewoon niet begrepen had. Het was tenslotte maar een inventaris. Een lijst van waar het kán, niet waar het móét. Dus waarom deed ik daar zo moeilijk over?
Ik had de uitleg wel begrepen. Ik had alleen niet verwacht dat de regels zo rekbaar zouden blijken. De gemeente schrijft zelf dat bepaalde gronden niet thuishoren in de berekening, maar neemt ze toch mee. Blijkbaar maakt het nogal wat uit of je een lijst als een inventaris beschouwt, of als een berekening waarop officiële doelstellingen worden gebaseerd.
Misschien begreep ik het dus wel degelijk. Ik had alleen moeite met het idee dat regels minder zwaar lijken te wegen zodra ze in de weg zitten.
💧 Serrestraat: “Dat advies is er niet. Nog niet.”
Negen woningen aan het verlengde van de Serrestraat, met een nieuwe straat, parkeerplaatsen, groen en twee wadi’s. De gemeenteraad moest beslissen over de weg.
Groen is voor verdichting: liever negen woningen op een kavel aan de dorpsrand dan alweer een nieuwe verkaveling in open ruimte.
Maar niet elke kavel is zomaar een kavel. Op de watertoetskaart krijgt deze plek een P-score D: de hoogste klasse voor overstromingskans in het huidige klimaat. En de buren in de Bruggestraat en omgeving weten nog wat er bij de vorige verkaveling misliep.
Ik vroeg dus of de riolering berekend is op negen extra woningen, hoeveel water de wadi’s kunnen bergen en of daarin alleen het straatwater terechtkomt, of ook het water van de daken.
In het dossier ontbraken de adviezen van de rioolbeheerder, Aquafin en de Vlaamse Milieumaatschappij. De schepen bevestigde het zonder omwegen: “Ja, dat advies is er niet. Nog niet.”
Het studiebureau heeft “voldoende expertise”, klonk het. Het dossier moet bovendien nog verdere toetsen doorlopen.
Ook over het onderhoud van de wadi’s bleef duidelijkheid uit. Een collega vroeg wie daarvoor verantwoordelijk wordt. Als de gemeente ze overneemt, dreigt een private verplichting op de gemeenschap te worden afgeschoven.
Een helder ja of nee kwam er niet. Het was “niet de bedoeling om private taken naar het lokaal bestuur af te schuiven”. En als blijkt dat afspraken nodig zijn, moeten die later nog worden gemaakt.
Wat er niet gezegd werd
De gemeenteraad moest beslissen over de weg, terwijl de waterhuishouding nog niet volledig was uitgeklaard. Het omgevingsdecreet biedt nochtans mogelijkheden om voorwaarden aan zo’n beslissing te koppelen. Had de raad niet eerst meer duidelijkheid kunnen vragen? Nu blijft het bij: “Dat komt nog.”
Ook het onderhoud ligt nog niet vast. Nochtans staat in het collegeverslag van 25 september dat de zone “uiteindelijk ingelijfd wordt in het gemeentelijk wegennet”. Als de wadi’s deel gaan uitmaken van het openbaar domein, rijst de vraag wie ze onderhoudt en welke kosten dat voor de gemeente meebrengt.
Laat het duidelijk zijn: Groen is voor verdichting. Maar verdichten ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om zorgvuldig met water om te gaan. Zeker niet op een plek met zo’n hoge overstromingsgevoeligheid.
Ik volg het advies op zodra het er is. Alleen had ik het liever gelezen vóór de gemeenteraad moest beslissen.
🌾 Baangrachten: “Jammer van de vertraging”
Grachten langs de weg lijken misschien niet zo spannend, tot het stevig begint te regenen. Ze vangen water op, laten het in de bodem sijpelen en helpen wateroverlast voorkomen. Reden genoeg om het reglement erover niet zomaar goed te keuren.
Vorige maand werd het punt, op mijn vraag, uitgesteld omdat het advies van de milieuraad ontbrak. Deze keer verzekerde de schepen ons dat er rekening mee was gehouden, dat de bewijsstukken in het dossier zaten en dat de milieuraad geen opmerkingen had. Hij noemde het “een beetje jammer” dat het punt daardoor vertraging had opgelopen.
De boodschap was duidelijk genoeg: door naar dat ontbrekende advies te vragen, had ik een mooi dossier opgehouden. Alleen vertellen de stukken een ander verhaal.
Op 18 februari gaf de milieuraad een advies, met de vraag om opnieuw geraadpleegd te worden. In juni kreeg de raad de herwerkte tekst per mail. De voorzitter antwoordde: “Geen opmerkingen.” Die mail zit intussen in het dossier. Het oorspronkelijke advies van februari ontbreekt nog steeds.
De reactie op de herwerkte tekst werd dus toegevoegd, maar het oorspronkelijke advies niet. Waarom van dat advies werd afgeweken, bleef eveneens onduidelijk.
Een maand vertraging om een advies volledig in het dossier te krijgen, lijkt me dan ook geen verloren tijd. Zeker niet wanneer een bestuur participatie zo hoog in het vaandel draagt.
Ook mijn eerdere vragen bleven onbeantwoord. Waarom staat er in het reglement dat infiltratie en ontharding kunnen worden opgelegd, en niet dat ze zullen worden opgelegd? Laat die formulering het bestuur de vrijheid om uitzonderingen te maken? En geldt die vrijheid dan ook wanneer de gemeente zelf aan zet is?
Ik wilde daarop terugkomen, maar N-VA kwam tussen met een vraag over fietspaden. Het punt ging naar de stemming zonder dat mijn vragen waren opgehelderd. Het reglement werd goedgekeurd.
Participatie is meer dan mensen om advies vragen. Het betekent ook tonen dat je hun inzet ernstig neemt en uitleggen wat je met hun advies doet, zeker als je ervan afwijkt.
Vrijwilligers steken hun tijd en energie in het algemeen belang. Dan verdienen ze meer dan een mailtje in het dossier en een “jammer van de vertraging”. Anders dreigt participatie te verworden tot inspraak voor de schone schijn.
📡 Zendmast in Sint-Joris: meten is niet altijd weten
In Sint-Joris is het gsm-bereik ondermaats. Een zendmast op de hondenweide moet daar verbetering in brengen. De gemeente krijgt daarvoor jaarlijks 4.000 euro huur. Groen steunde het voorstel.
N-VA wilde daar nog een gemeentelijke meetcampagne aan koppelen, met een actieplan tegen juni 2027. Ik onthield me. Niet omdat beter bereik geen prioriteit is, maar omdat het BIPT, de federale telecomregulator, de dekking al in kaart brengt. Hetzelfde werk nog eens overdoen, lijkt me weinig zinvol.
Het amendement haalde het niet. Wel deed de schepen een praktische toezegging: de gemeente zal meldingen van inwoners bundelen en doorgeven.
En soms hoeft het niet ingewikkelder te zijn dan dat. Wie slecht bereik heeft in zijn straat, kan dat melden bij de gemeente. Zo brengen we de problemen in kaart, zonder een extra meetcampagne op poten te zetten.
Want goed beleid begint niet altijd met méér meten. Soms begint het met gewoon te luisteren
🚲 Fietsstraten: eerst onderzoeken, dan beslissen
Een fietsstraat afschaffen omdat ze niet werkt? Misschien. Maar dan wil ik eerst weten waarom ze niet werkt. Groen heeft in de vorige legislatuur mee geijverd voor de invoering van deze fietsstraten. We willen er zelfs nog meer. Dan lijkt het me logisch dat we eerst grondig onderzoeken wat goed loopt en wat beter kan, vóór we bestaande fietsstraten schrappen.
N-VA wilde drie fietsstraten afschaffen of inkorten: de Bloemendalestraat, een stuk van de Stationsstraat en het grootste deel van de Sint-Jorisstraat. De basis was een scorekaart van N-VA-bestuurslid Gilles Coene, met zes criteria, elk goed voor maximaal twee punten. Indiener Lode Vanneste noemde het zelf “geen wetenschappelijke studie”. Daar waren we het alvast over eens.
De burgemeester liet de stemming uitstellen. Eerst gaan de dienst Mobiliteit en de politie de fietsstraten evalueren. In november volgt de verkeerscommissie. Eventuele aanpassingen komen daarna terug naar de gemeenteraad.
Eerst onderzoeken, dan beslissen. Dat lijkt me niet meer dan logisch.
Wat de scorekaart niet vertelt
Volgens de analyse van N-VA is er in de Bloemendalestraat “voldoende ruimte om in te halen”. Van stoep tot stoep is de straat breedgerekend, ongeveer vijf meter breed. Met een geparkeerde auto blijft er zo’n drie meter over. De wegcode vraagt bij het inhalen van een fietser één meter zijdelingse afstand. Dat maakt veilig inhalen daar niet vanzelfsprekend.
N-VA verwees naar het fietsvademecum, waarin een fietsstraat vier tot vier en een halve meter breed mag zijn. Maar dat zegt niets over de vraag of je er veilig kan inhalen. Een paar bredere stukken maken de rest van de straat niet breder.
Er zijn bovendien grotere problemen met de scorekaart. Scores van vijf tot acht vallen volgens de eigen methode in een twijfelzone: verder bekijken dus. Toch wil N-VA de Bloemendalestraat (zes punten) en de Stationsstraat (vijf punten) afschaffen. De Oudezakstraat (zeven punten), Gevaerts-Zuid en de Rollebaanstraat (beide acht) mogen blijven.
Waarom de ene straat dan wel en de andere niet?
Ook tellingen van fietsers, autoverkeer en ongevallen ontbreken, hoewel de criteria daar zelf om vragen. Bij sommige scores staat zelfs “niet zeker”. De conclusies zijn volgens het document voorlopig, maar wijzen toch al richting afschaffen.
Opvallend, want N-VA kent het alternatief. In april 2025 stelde raadslid Christine Stroobandt zelf voor om de Quick Scan van Fietsberaad Vlaanderen te gebruiken, een evaluatie die samen met heel wat betrokkenen werd ontwikkeld.
Waarom dan nu een eigen scorekaart, zonder de nodige tellingen en met twijfel bij de eigen scores?
🚲 Eerst een veilig fietspad, dan een oordeel
In de Sint-Jorisstraat ligt inderdaad een fietspad. Alleen is dat smal, ligt het vol putten en staat het bij regen deels onder water. Er wordt zelfs op geparkeerd. Geen wonder dat fietsers toch de rijbaan gebruiken.
Misschien moeten we eerst het fietspad aanpakken, vóór we besluiten dat de fietsstraat het probleem is.
Kijk ook eens naar het eigen meerjarenplan. Daar noemt het bestuur de Bloemendalestraat tussen de rotonde aan de Parkstraat en de kerk “een bestaande fietsstraat met een belangrijke verbindingsfunctie”. Het plant er een heraanleg met “een aangepaste inrichting voor fietsers”.
Een straat die je zelf als fietsstraat wil heraanleggen, kan je moeilijk tegelijk zonder grondige evaluatie in vraag stellen.
CD&V beloofde in haar verkiezingsprogramma van 2024 dat “veilig kunnen opgroeien een recht” is en meer toegankelijke fiets- en voetpaden. De Bloemendalestraat is elke dag de route van kinderen naar De Zonnebloem, van sporters naar rugby en tennis, van scoutsleden en van wie naar de bib gaat.
Ik hoop dat we erop mogen rekenen dat die belofte in de verkeerscommissie overeind blijft.
Onze boodschap is eenvoudig: behoud de fietsstraten waar ze werken, onderzoek elke straat afzonderlijk, betrek scholen, verenigingen en bewoners en zorg voor handhaving.
In het lezersdebat van HLN tekenden zich twee kampen af. Maar wie de fietsstraat wil behouden, wees opvallend vaak op hetzelfde probleem: er wordt niet gecontroleerd.
Woon je in de buurt of fiets je er dagelijks? Laat ons weten wat jij ervaart.
Groen is niet tegen evalueren of bijsturen. Maar wie de verkeersveiligheid ernstig neemt, onderzoekt eerst wat er misloopt. Pas daarna beslis je of een fietsstraat moet veranderen.
Wordt vervolgd in november..
💶 Vlaamse besparingen: wie snoeit, kiest
De Vlaamse regering laat het Gemeentefonds trager groeien dan beloofd. Voor Beernem betekent dat volgens het Agentschap Binnenlands Bestuur ongeveer 1,3 miljoen euro minder tegen 2031, plus zo’n 400.000 euro minder voor open ruimte. Volgend jaar alleen al gaat het om ongeveer 7 euro verlies per inwoner.
Mijn vraag aan het college was eenvoudig: wat betekent dat concreet voor Beernem? Welke investeringen verschuiven, krijgen inwoners daar een duidelijk overzicht van en hoe voorkomt het bestuur dat zij uiteindelijk de rekening betalen?
De schepen van Financiën stak stevig van wal met kritiek op Vlaanderen. Eerst gemeenten verplichten om een strikt meerjarenplan op te maken en dan “doodleuk de rode stylo bovenhalen”. Daar was ik, eerlijk gezegd, roerend mee eens.
Daarna volgde de geruststelling. Beernem gaat “niet dezelfde weg op”, investeringen worden realistischer gespreid en het college is niet van plan om tekorten door te rekenen aan de inwoners. Toen ik vroeg of de belastingen dan ook gelijk blijven, klonk het dat belastingen verhogen “maar al te makkelijk” zou zijn.
Maar op mijn vraag wanneer de gemeenteraad een overzicht krijgt van wat er precies verschuift, bleef het stil.
Als investeringen alleen maar “realistischer gespreid” worden, wil ik toch weten wat dat concreet betekent. Welke projecten komen later, welke verdwijnen misschien helemaal? Een belofte schrappen hoeft niet met veel tromgeroffel. Soms volstaat het om ze steeds verder voor zich uit te schuiven.
Wat er niet gezegd werd
Het meerjarenplan was al krap begroot, nog vóór deze besparingen erbij kwamen. En wie zich december 2024 herinnert, wrijft zich misschien even de ogen uit. Toen kondigde N-VA Beernem met veel bravoure nog aan dat Beernem dankzij het nieuwe Vlaamse regeerakkoord tegen 2029 ruim een miljoen euro uit het Openruimtefonds zou krijgen, tegenover 573.100 euro in 2024. Nu blijkt dat fonds toch heel wat trager te groeien dan beloofd.
Dat regeerakkoord kwam er met N-VA, CD&V en Vooruit: ook in onze gemeenteraad de drie grootste fracties. Opvallend hoe snel de schepenen dan naar beneden duiken: ja, maar dat is het Vlaamse niveau. Hier lokaal doen we dat anders.
Dat kan natuurlijk. Alleen zijn het wel hun eigen partijen die in Vlaanderen die keuzes maken. De kritiek op Vlaanderen mag dus best ook eens aan de eigen bestuurstafel blijven hangen.
En lokaal zijn de gevolgen van keuzes nu al zichtbaar.
Het kunstgrasveld blijft overeind, voor bijna een half miljoen euro aan lokaal belastinggeld. Tegelijk wil het bestuur geen bijkomende sociale correcties in het DifTar-systeem. Terwijl dat systeem voor de burger zelf al een meerkost betekent.
Het gaat om hier inwoners die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming. Spoiler alert. Er zijn in Beernem meer inwoners die daarvoor in aanmerking komen dan er mensen zullen zijn die het kunstgrasveld gaan gebruiken.
Voor sociale correcties is de kost blijkbaar een bezwaar. Voor een voetbalveld van bijna een half miljoen euro ligt dat anders.
En ondertussen verdwijnt ook de bib van Oedelem uit het aanbod. Een plek waar mensen boeken lenen, studeren, informatie vinden en elkaar ontmoeten. Zo worden besparingen concreet: niet alleen in cijfers op papier, maar in wat inwoners nog kunnen gebruiken en op welke ondersteuning ze kunnen rekenen.
Vlaanderen stopt vanaf 2027 ook met het Lokaal Energie- en Klimaatpact. De laatste schijf steun werd dit voorjaar uitbetaald. Wil Beernem zijn klimaatdoelen blijven halen, dan zal het daar voortaan meer eigen geld voor moeten uittrekken.
Ik wip zelf met plezier tegels en onthard rond mijn huis. Voor de natuur, voor het water dat weer in de bodem kan dringen en omdat elke ontharde vierkante meter helpt. Het is alleen heel zuur als inwoners hun steentje bijdragen, terwijl de gemeente tegelijk keuzes maakt die moeilijk te rijmen zijn met diezelfde klimaatambities.
Cultuur, erfgoed en het verenigingsleven dragen mee het leven in Beernem. Vaak dankzij vrijwilligers die hun tijd en energie geven. Ook daar kunnen de besparingen voelbaar worden. Daarom wil ik bij de aanpassing van het meerjarenplan zwart op wit zien wat wordt uitgesteld, wat verdwijnt en wat behouden blijft.
Minister Crevits vraagt gemeenten trouwens zelf om transparant te tonen welke besparingen al verwerkt zijn en welke nog moeten volgen. Ik hou het college daar graag aan.
Want uiteindelijk gaat het niet alleen over hoeveel geld Beernem verliest, maar ook over wat we bereid zijn ervoor op te geven. Een begroting toont waar het geld naartoe gaat. De keuzes erachter tonen wat we belangrijk vinden.
Het debat hoort erbij
Een gemeenteraad is meer dan een reeks agendapunten die afgewerkt moeten worden. Het is de plek waar keuzes bevraagd worden, argumenten botsen en ruimte moet zijn voor een andere kijk.
Al voelt het soms eerder als een vergadering om te horen wat al beslist is. Dan lijkt het debat vooral iets wat er nog bij hoort, terwijl het net daar zou moeten beginnen: bij de vraag waarom de ene keuze het haalt van de andere.
Want een beslissing vertelt ons wat een bestuur kiest. Het debat vertelt ons waarom. En inwoners verdienen het om dat verschil te kennen.